Bedrijfshulpverlening is bedoeld om tijdens situaties die gevaar opleveren voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers en derden, schade en letsel zoveel mogelijk te beperken.

Elke organisatie heeft de verplichtstelling om minimaal 2 BHV-ers in dienst te hebben per vestiging en of winkel, dit vanwege het feit dat ziekte, verlof en andere vormen van afwezigheid opgevangen dienen te worden.

Bedrijfshulpverlening komt voort uit de verwerking van Europese regelgeving in de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. In deze Wet staan alle eisen beschreven waaraan het verlenen van deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening moet voldoen. Werknemers die deze deskundige bijstand binnen een bedrijf of instelling verlenen, worden bedrijfshulpverleners (BHV’ers) genoemd. Alle bedrijfshulpverleners van een bedrijf of instelling vormen samen de BHV-organisatie. Sinds 1994 is bedrijfshulpverlening verplicht voor alle bedrijven en instellingen. Voor sommige organisaties worden uitzonderingen gemaakt, maar als bijzondere gevaren aanwezig zijn, kan worden bepaald dat deze regel ook op hen van toepassing is.

Taken bedrijfshulpverleners
De taken van bedrijfshulpverleners zijn in ieder geval:
-Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen (EHBO)
-Het beperken en het bestrijden van brand en het beperken van de gevolgen van ongevallen
-Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf of de inrichting

Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever dat doeltreffende verbindingen worden onderhouden met externe hulpverleningsorganisaties, zoals de gemeentelijke of regionale brandweer en de ambulance. Dit is van belang voor noodsituaties waarin de deskundigheid en hulpmiddelen van de bedrijfshulpverleners niet toereikend zijn, zoals bij een grote brand of een reanimatie.

Wetgeving
Op grond van Richtlijn nr. 89/391/EEG In kleine bedrijven mag de werkgever de BHV-taken zelf uitvoeren. De werkgever moet dan wel een passende opleiding hebben gevolgd. Bij afwezigheid van de werkgever moet er een vervanger zijn om aan de eis te voldoen dat er altijd een BHV’er aanwezig is.

Veel kleine MKB-bedrijven hebben maar één BHV’er. De wet schrijft echter voor dat er altijd voldoende BHV’ers aanwezig moeten zijn die snel in actie kunnen komen. Dit betekent dat er voldoende BHV’ers moeten zijn om ziekte, verlof en vakantie op te vangen. Het is dus verstandig als ook kleine bedrijven over meerdere BHV’ers (dus minimaal twee à drie) beschikken.

Het aantal benodigde BHV’ers hangt samen met de aard, grootte en ligging van het bedrijf, de aantallen werknemers en derden en de restrisico’s. Op basis van deze gegevens zal de werkgever dus het juiste aantal bedrijfshulpverleners moeten vaststellen. Werkgevers van kleine bedrijven kunnen op het gebied van BHV een samenwerkingsverband aangaan met andere werkgevers. Binnen het samenwerkingsverband kan ook de vervanging worden geregeld.